Geluidsnormen voor warmtepompen – wijziging Bouwbesluit (uitgesteld tot 1 april 2021)

De voorschriften in het Bouwbesluit 2012 voor de bescherming tegen geluid van installaties waren onvoldoende toereikend als het gaat om installaties in energiezuinige gebouwen, zoals bijvoorbeeld warmtepompen die buiten worden opgesteld.

De toekomstige ambities voor aardgasloos bouwen en eisen voor Bijna Energie-Neutrale Gebouwen (BENG) voor de energieprestatie van gebouwen, kunnen leiden tot een bredere toepassing van warmtepompen. Een toename van geluidhinder bij omwonenden kan hiervan een gevolg zijn.

(Energy related Products – ErP)
Warmtepompen vallen onder de energie-gerelateerde producten (Energy related Products – ErP). Hiervoor gelden normen voor het maximale geluidsvermogen:
65 dB(A) voor warmtepompen tot 6 kW en 70 dB(A) voor warmtepompen van 6 kW tot 12kW. Daarnaast geldt tot 30 kW een maximaal geluidsvermogen van 78 dB en tot 70 kW een van maximaal 88 dB. De eerste groep (tot 12 kW) is geschikt voor de meeste woningen. Voor appartementencomplexen zal dit onvoldoende zijn.
Met betrekking tot dit installatiegeluid worden in het Bouwbesluit 2021 daarom nieuwe voorschriften gesteld. Het Bouwbesluit stelt eisen aan installaties; deze eisen zijn een aanvulling op de bestaande geluidsvoorschriften. De nieuwe voorschriften zijn gebaseerd op het onderzoek dat is uitgevoerd door advies- en ingenieursbureau LPB|Sight, klik hiervoor op deze link.

De voorschriften voor installatiegeluid houden niet voldoende rekening met de eisen voor energiezuinige gebouwen. De artikelen 3.8, 3.9 en 3.10 worden aangevuld met nieuwe geluidseisen voor installaties voor warmte- of koudeopwekking (zoals warmtepompen of airco’s) die buiten zijn opgesteld. Daarnaast worden bij de bestaande geluidseisen voor de (binnen opgestelde) installaties, de installaties voor warmte- of koudeopwekking toegevoegd aan de opsomming van installaties waarop deze eisen betrekking hebben. Deze opsomming van installaties is daarmee geactualiseerd.

Eisen voor andere percelen
Het begrip “warmwatertoestel” wordt vervangen door “installatie voor warmte- of koudeopwekking” (art. 3.8). Dat betekent dat bijvoorbeeld ook airco’s onder de nieuwe regels vallen. Daarbij wordt aangegeven dat een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk op de perceelgrens met een andere woonfunctie, een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB kan veroorzaken. Het is opmerkelijk dat deze eis op de grens van het perceel geldt en niet op de gevel. Dat betekent dat er meer aandacht voor buitenruimte is. Tuinen, terrassen en balkons lijken enige bescherming tegen geluid te krijgen. De eis op de perceelsgrens is onafhankelijk van wat er daadwerkelijk op het aangrenzend perceel is of wordt gebouwd (principe van gelijkheid). Er wordt niet aangegeven dat het om percelen met geluidsgevoelige functies gaat. Het is niet van belang welke bouwvoornemens op het aangrenzend perceel aanwezig of toegestaan zijn of wat de aanwezige situatie bij de buren is.

Het is van belang om te onthouden dat bij installaties voor warmte- of koudeopwekking sprake kan zijn van tonaal geluid. Volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI) geldt dan een correctie van 5dB. In de toelichting is aangegeven: Uit de HMRI volgt dan dat de gemeten waarden moeten worden verhoogd met 5 dB. Aan de grenswaarde van 40 dB wordt dan pas voldaan als de gemeten waarde maximaal 35 dB is.

Eisen binnen hetzelfde perceel
Aan de definitie (art.3.9) “mechanische voorziening voor luchtverversing, warmte-opwekking of warmteterugwinning” wordt het onderdeel “een installatie voor warmte- of koudeopwekking” toegevoegd. Zo’n installatie die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, kan ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie, een geluidsniveau veroorzaken van ten hoogste 40 dB.

De nieuwe regels zijn van toepassing op de installaties van de woningen voor warmte- of koudeopwekking die buiten zijn opgesteld. Omdat een eis van 40 dB gesteld is ter plaatse van een te openen raam of deur van een naastgelegen woonfunctie, wordt niet alleen aandacht besteed aan de bescherming van een buitenruimte (balkon) tegen geluid, maar ook van een eventueel te openen raam.

Energietransitie
In het kader van de energietransitie (art. 3.10) gelden de nieuwe voorschriften voor installatiegeluid ook voor het plaatsen van deze installaties bij bestaande woningen. Dit betekent dat bij het plaatsen van een warmtepomp bij een bestaande woning wordt voldaan aan de eis van 40 dB.

In de toelichting worden voorbeelden genoemd van maatregelen die gericht zijn op het beperken van de geluidhinder: het plaatsen van een warmtepomp op enige afstand van een buurperceel, het toepassen van een geluidarme warmtepomp of met geluiddempende omkasting, of een combinatie van maatregelen.

Eerder is aangekondigd dat deze eisen op 1 januari 2021 inwerking zouden treden, tegelijk met de bovengenoemde BENG-eisen. Om de bouw- en installatiesector tijd te geven om te kunnen voldoen aan deze nieuwe geluidseisen, is de inwerkingtreding hiervan nu vastgesteld op 1 april 2021.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Spoortrillingen – extra budget voor onderzoek

Duizenden Nederlanders die binnen 300 meter afstand van het spoor wonen ervaren ernstige hinder van de trillingen veroorzaakt door treinen: irritatie, boosheid en onbehagen en ’s nachts verstoring van de slaap. Volgens het RIVM gaat het naar schatting om 1.347.400 mensen van 16 jaar en ouder. Bij ongeveer 40 procent van de woningen in de zone van 300 meter is de maximale trillingssterkte hoger dan de grens waarop trillingen voelbaar zijn. Bij zo’n 1 procent van deze adressen is de maximale trillingssterkte hoger dan de grenswaarde van 3,2 millimeter per seconde.  Goederentreinen worden als meest hinderlijk ervaren.

Voor trillingen door rijdende treinen op bestaande spoorwegen zijn er nog geen wettelijke normen. Het RIVM ontwikkelt op dit moment een standaardmanier om trillingen te berekenen. Bij grootschalige vernieuwingen van het spoor doet ProRail wel onderzoek doen naar trillingen.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten om nieuw onderzoek te doen naar oplossingen voor de trillingshinder langs het spoor. Daarvoor wordt een budget van 20 miljoen euro beschikbaar gemaakt.

Van Veldhoven (17-11-2020): “We weten op dit moment niet wat de beste manier is om trillingen die worden veroorzaakt door langsrijdende treinen tegen te gaan. Maar omdat omwonenden er last van hebben, vind ik het belangrijk dat we blijven zoeken naar manieren om de overlast weg te nemen of te beperken.” De staatssecretaris sprak eerder tijdens een werkbezoek met omwonenden.

Er worden onder meer een aantal praktijkproeven uitgevoerd. Er wordt aandacht besteed aan de effecten van nieuw bouwmateriaal op een spoorwegovergang, het gebruik van rubberen platen tussen en naast de rails op de dwarsliggers en het toepassen van “under sleeper pads”. Er wordt ook onderzocht of beter onderhoud van de wielen van goederentreinen een bijdrage kan leveren aan het tegengaan van trillingen.

Vanaf het voorjaar 2021 gaat het RIVM weer starten met een onderzoek naar de gezondheidseffecten van trillingshinder. Dat is het vervolg van het onderzoek van in 2013 .

Bron: https://www.rivm.nl/trillingen-langs-spoor

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/17/extra-budget-voor-onderzoek-naar-oplossing-spoortrillingen

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een milieuzone voor brom- en snorfietsen – ook als maatregel tegen geluidoverlast?

De gemeente mocht voor de gehele bebouwde kom in Amsterdam een milieuzone voor brom- en snorfietsen instellen om de luchtkwaliteit te verbeteren en – in het verlengde daarvan – om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van (andere) verkeersdeelnemers te voorkomen. Dat heeft de bestuursrechter geoordeeld. In deze milieuzone mogen brom- of snorfietsen die voor het eerst in 2010 of eerder in gebruik zijn genomen, vanaf 1 januari 2018 niet langer worden gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de gemeente bevoegd is om dit in te stellen en het nut hiervan deugdelijk met rapporten heeft onderbouwd. Daarnaast worden brom- of snorfietseigenaren niet onevenredig hard door deze maatregel geraakt. Zo kan er om een ontheffing worden gevraagd, kan deels met subsidie worden overgestapt op schoner vervoer en is de maatregel ver van tevoren aangekondigd. De milieuzone in de huidige vorm mag dus in stand blijven.

Zou vergelijkbare oplossing ook gebruikt kunnen worden om het geluidsoverlast van bromfietsen te beperken? Of kunnen we breder denken: op weg naar geluidsarme zones?

 

Bron: https://www.rechtspraak.nl/

Geplaatst in Gezondheid, ruimtelijke ordening | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Voorwaardelijke verplichting voor geluid

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft de raad van de gemeente Nieuwkoop het bestemmingsplan “Ter Aar Vernieuwd Verbonden” vastgesteld. Het plan voorziet in een Integraal Kindcentrum (hierna: IKC), een sporthal, woningbouw en een rotonde ter plaatse van de kruising Aardamseweg-Westkanaalweg.
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig worden geacht. Er bestaat daarbij beleidsruimte en moeten de betrokken belangen afgewogen worden.

Juist vanwege de flexibiliteit van het plan en ter bescherming van de bestaande omliggende woningen, bij wijze van voorwaardelijke verplichting, in de planregels is bepaald dat gebouwen binnen het plandeel met de bestemming “Gemengd” alleen in gebruik mogen worden genomen als bepaalde geluidwerende maatregelen zijn getroffen. Lees verder

Geplaatst in ruimtelijke ordening | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen